Dec 31 2007
Ahitofel: Ongeschreven regels inzake de Plattelandswet van Privacy
“Ja, hij heeft het gezegde van de oude fiets wel erg serieus genomen”, grappen we in bijzijn van een vriend die de nacht ervoor is geraped door een of andere blonde unit van een jaar of veertig. Logisch, want het is dorpsfeest in een van de diepste gaten van Het Bildt, die streek in Friesland waar jullie tevergeefs over gaan schreeuwen er dood nog niet gevonden te willen worden, want stel dat je daar onverhoopt zonder sigaretten komt te zitten zullen ze je toch nooit vinden. Maar enfin. Op hetzelfde moment krijg ik oogcontact met de vrouw, ze blijkt even verderop aan een tafeltje te zitten, nu in gesprek met notabene de vader van haar slachtoffer van de nacht tevoren. Ze heeft een goed stel oren, want ze kijkt me nu aan met een ietwat geheimzinnige, maar beate glimlach. Klaarblijkelijk interesseert ons geroddel haar geen ene zier, want in de rook van haar gutturale Belinda Menthol staaf, die ze met goor gestickte lippen in ringetjes uitblaast, lees ik toch echt een duidelijke Roger. Ik doe alsof het kwartje nog ergens in de lucht hangt en de ogen wenden zich al snel tot een groepje passerende dorpsgenoten. Daar zit ook mijn buurvrouw tussen.
Ze is een alleenstaande bijstandsmoeder en woont in een doorzonwoning. En heeft bloemkolen in haar vagijn. Patjakker hier, nieuwe Senseo daar. Een dag later volgt Taas Twee met de pads en zo komt mevrouw Splinter door de winter. Eens per half jaar schnijdt een chirurg d’r sluis kaal en holadijee, ze kan er weer even tegenaan. Op zo’n dorpje weet iedereen dat nu eenmaal, doe je niets tegen. Normaalste zaak van de wereld is dan ook het zeer selectief niet gedag zeggen tegen mensen van die aard. Want er heerst een Orde, en je kunt alleen lid worden van De Orde middels een soort gemeenschapsattest, door stiekem, als niemand kijkt eens de hand op te steken naar de capo di tutti capi, en als hij dan de hand opsteekt en doorgaat met de inspanning die hij daarvoor verrichtte, bijvoorbeeld het als een dikke augurk met trombose stijf doen op de middelste zitplaats van het bankje bij de buurtsuper, dan moet je erheen lopen en vragen of er binnen nu en drie jaar misschien nog een plaatsje vrijkomt op de volkstuinen voor een importgezin dat De Code respecteert.
De Code houdt in dat je niet vaker dan eens per jaar de gemeentelijke grenzen overschrijdt, uitsluitend voor een vakantie, bij voorkeur Gaasterland of Drenthe, maar Limburg mag ook zolang je dat niet ieder jaar doet en vooral niet uitbundig vertelt dat het zo verweggistan erg gezellig was. Bovendien zeg je de eerste jaren alleen gedag tegen het hoofd van De Orde als ‘ie alleen is, als hij in gezelschap is knik je alleen even. En, minstens zo belangrijk; de andere kant opkijken als die hoer van de Amstelkade langsloopt, ook als je alleen bent, om te voorkomen dat ze jou gedag zegt in bijzijn van leden van De Orde. Je als veredelde rollatorbrigade de godganse dag bezig kunnen houden met het ethisch uitrangeren van de door jou benoemde achterpaarden, dit zijn professionele oligarchen - dacht ik. Totdat er twee druppels alcohol in zitten, met de dorpsfeesten dus, dan lopen ze ineens drie dagen vol consumptie ieder oor vol te blaten over dat ze alles en iedereen fantastisch vinden.
Zo heeft de plaatselijke, immer stoeptegelmagnetisch verlegen hovenier zijn eigen ritueel om de dames gedag te zeggen met de dorpsfeesten. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat nog voor twee uur ’s nachts een paniekerige dame beklaag doet bij de kastelein, om te melden dat die engerd met zijn tampeloeres loopt te slingeren bij de damestoiletten. “Zucht. Dat zal Oebele weer zijn, ik kijk wel even.”, hoor je hem dan routineus mompelen. De laatste keer dat ik dat mee mocht maken heb ik nieuwsgierig even een plasje gedaan.
“Oebele, wil je de brandslang even oprollen?”
“Ja maar kastelein ik ben best een beetje geil!”
“Kan me niks schelen, dan slinger je hem buiten maar even tegen de muur aan, wegwezen hier en naar de tap.”
Dan doet zo iemand dat, want het is de kastelein wiens buurman - tevens beste vriend en nagenoeg enige klant - ooit de toegang tot de kroeg voor levenslang is ontzegd nadat vrind in een lallende bui een hapje van de kastelein zijn karbonade had genomen. De kastelein waardeerde de actie van de hovenier dus ten zeerste. “Met dorpsfeesten moet je dingen recht kunnen zetten”, verklaarde hij later.
Minder dankbaar was ene Geert Mak met de interpretatie van de Plattelandswet van Privacy onder de jeugd, toen we hem in een videotheek eens hadden betrapt op het vervoeren van films in dubbele plastic zakken, en nadat we het adres van zijn rukbunker hadden achterhaald - betrapt op het bestuderen van sado mado anal fist fucking-dingen. In eerste instantie waren we zo vriendelijk om zijn status te laten voor wat het was. Want halfgare door De Orde geïndoctrineerde anekdotes (met het besef dat Geert dingen op papier zou zetten) verkrijg je uit De Orde, en als hij had gezondigd volgens De Code was het exit wieberen geweest met de tweede helft van het boek dat hij schreef aldaar. We hadden nog geen cameratelefoons, geen harde bewijzen, en ongefundeerd zelfverzekerd dat hij was ging hij niet akkoord met het aanbod van ons snotapen en was hij niet bereid onze sympathieke bescherming te financieren. Dus we zochten hem op. Daar zat Geert te genieten van de stinkende stilte, voldaan te kijken met een stel toeristen op het terrasje bij de kroeg in dat semi-pittoreske godvergeten gat van ‘m, over zijn volgende evenzo verkwikkende anekdote te brainstormen toen een vriendin van mij een tampon in zijn bakkie thee tiefte. Ik vergeet nooit meer dat gezicht met die halve plooien rayonvezels over die bril, alsof ‘ie net een bejaarde met lekke kleppen had gebeft. Normaal gesproken hadden we hem een tweede aanbod gedaan dat hij niet had willen weigeren, maar zo’n actie was voor ons 10.000 gulden lol, dus eieren vóór geld.
Plattelandsvrouwen daarentegen zijn ietsje voorzichtiger. De kleuterjuf van de plaatselijke basisschool stuurt mij regelmatig een kettingmailtje, met zo’n heerlijk CC’tje naar haar voltallige lijst contactpersonen. Dus ik kijk wat amateurfotos.nl te bieden heeft, ligt de juf van twee straten verderop daar met de benen wijd. Omdat weliswaar haar eufemistisch aanzien ongekend zou pieken als ik het heugelijke nieuws zou doorsturen naar leden van De Orde maar ik toch vreesde voor haar openbare rangorde heb ik haar gevraagd of ze eens wil googlen op “blind carbon copy”, iets met e-mails. Terwijl ze haar vermoeden koesterde sloeg ze aan als een preutse tomaat, maar de volgende dag was ze me enorm dankbaar dat ik geen bewijsmateriaal had doorgestuurd aan mogelijke consiglieri van De Orde.
Of je rijdt ’s avonds een rondje over de Bruine Ster, dat zijn lege parkeerterreinen met bosjes en hier en daar een sloot vol homo’s spot je je buurman bij de ingang van een afwerkplek. Met zijn scheve debiteurenbrilletje. Heeft thuis zo’n vreselijk naïef wijf die je alsmaar herinnert met een pleister op een van haar brilleglazen, maar dat blijkt in werkelijkheid dan iedere keer toch niet zo te zijn. Dus schuine gezichten onder elkaar? Geen sprake van. Meneer staat een dag later zonder enig blaam of schaam een peuk bij me te bietsen en mooi weer te praten. Zelfs de hovenier staat een dag na de dorpsfeesten vrolijk bij diezelfde vrouw de tuin te schoffelen als aan wie hij zijn directeur tentoonstelde. Dat is dan allemaal prima. Eigenlijk wekt niemand de schijn enige privacy te blieven, mag je over alles kleppen en giechelen en is niets een schande, TOTDAT! Het ergens G.E.S.C.H.R.E.V.E.N. staat. Want als ik een stukje schrijf in het regionale huis-aan-huis kutkrantje, krijg ik voor iedere zin een andere schuimbek aan de deur. Dat is toch raar?
[…] (maar dat kan natuurlijk helemaal niet op zo’n oergezellige oudejaarsavond), lees dan even het nieuwste prozastuk op Brussenproza.nl. Geschreven door ons aller Ahitofel, omdat hij zo gelukkig is dat Bbrussen.nl nu ook op z’n PDA […]