Oct 31 2007
Robert Engel: De Pil
“Je kunt je auto rechts parkeren.”
De man met het zwarte Kiss shirt wijst naar een open plek tussen de bomen. Hij ziet eruit alsof hij een week geen douche heeft gezien. Peach en ik hebben een uur door de polder gereden om Ruigoord te vinden.
“Godverdomme man, kunnen jullie geen borden neerzetten? Ik heb een uur tussen die fucking weilanden gereden.”
“Borden? Het is niet mijn probleem dat je de weg niet weet.”
Hij heeft gelijk, dat is zijn probleem ook niet. Ruigoord is een kunstenaarskolonie onder de rook van Amsterdam. Er wonen mensen die zich niet conformeren aan de huichelachtige etiquette van de maatschappij waarin ze leven. Ik ben er al te lang niet geweest. Ik haat de maatschappij en haar beleefdheidsvormen.
“Da´s jouw probleem ook niet, ik zeg het maar even. Dat je het weet, al heb je er geen tering aan.”
“Cool, man, park your car and relax.”
Parkeer je auto en geniet. Geen gelul. Veel mensen vertellen onaangekondigd onzin waar niemand op zit te wachten. Iedereen luistert. Uit beleefdheid. Omdat het zo hoort. Dat is anders op Ruigoord. Als iets je niet bevalt, dan zeg je dat, niemand die er boos om wordt.
In de kerk van Ruigoord draait een dj Raï: eeuwenoude Marokkaanse dansmuziek, dat veel weg heeft van diepe housemuziek. Het lijkt een film noir. Een oude vloeistof projector tovert mystieke vormen op de oude kerkmuur. Mensen met gezichten als zombies bevolken de dansvloer. Buiten zitten alternatievelingen zich fijn te voelen bij kampvuren. Peach en ik lopen naar de bar. Als je als kunstenaar een feestje geeft, dan mag de winst tegenvallen: een pijpje Brand kost nog geen anderhalve euro. Als ik bestel staat een zwarte man met dreads die als vet spinnenrag op zijn schouders hangen naast me. Hij raakt mijn hand aan en kijkt me heel even in mijn ogen. Hij heeft iets indringends over zich, iets overtuigends. Peach laat zich mijn bestelde bier goed smaken.
“Zag je die vent, ik had al weer contact.”
“Nog even, en we zijn weer incrowd.”
We gaan dansen. Een vrouw in een witte jurk danst gracieus als een priesteres uit het oude Rome met een ridder. Die gozer werd vanmorgen wakker, en bedacht dat het een mooie dag was om zich als ridder te kleden. Fuck the world. Peach wijst met haar ogen op de dame in het wit die naar me kijkt. Ik had het al gezien. Langzaam dans ik op de donkere muziek. De ridder raakt mijn schouder. Niet reageren. In een dergelijke omgeving is reageren de grootste fout die je kunt maken. Je bent immers wars van etiquette en de maatschappij. De vrouw in het wit danst langzaam naar me toe. Ze voelt de muziek, ze ís de muziek. Ze blijft voor me staan. Stokstijf. Met een theatraal gebaar tovert ze twee pillen voor mijn neus.
“Take the blue pill and you’ll feel fine. Take the red one, and I’ll guide you through the night.”
Die heeft The Matrix gezien. Een originele openingszin, uitgesproken met een zwaar Frans accent. Nooit zou ik op haar dansen zijn ingegaan, hoe mooi ze ook is. Dansen met vrouwen levert zelden iets op. Natuurlijk neem ik de rode pil, ondanks mijn principe nooit pillen aan te nemen van vreemden. Beter een rode pil, dan je de rest van je leven afvragen hoe ze mij door de nacht had geleid.
“Gimme the red one, and guide me.”
Ze loopt weg. Ik blijf staan. Als ik even later kijk waar ze blijft zie ik de rastaman weer. Hij loopt op me af, langzaam en statig, alsof hij de grond niet raakt.
“I like to serve you some smoke from your ganja.”
Hij zet zijn vuist voor zijn mond en inhaleert diep. De rook blaast hij recht in mijn gezicht.
“I’m an Haitian witch man, let me tell you things.”
Ik ben benieuwd.
“Tell me, man, tell me.”
Hij buigt voorover. Raakt mijn voorhoofd aan en lijkt in trance.
“You are a gifted, you sense things. You’re restless. The things you sense are driving you mad. Let those senses guide you, not kill you. Accept them, help people with them. This is not strange, it’s you. A gift.”
Het is me al eerder verteld dat ik een bepaalde gave had. De eerste keer dat ik iemand ontmoet, weet ik of het goed zit of niet.
“Intuïtie,” dacht ik.
“Een gave,” wist Peach.
Altijd ga ik op dat gevoel af. Het klopt altijd. Het leidt me, geeft richting. De laatste tijd wordt het echter heviger. Ondraaglijk bijna. Ik voel Peach’ pijn als ze pijn heeft. Zó erg, dat ik schrik als zij schrikt. Ik zoek een manier om ermee om te gaan, net nu ik een witchdoctor tref die me vertelt dat het gevoel me ook kan doden. Ineens staat de vrouw in het wit voor me.
“Red, you’ve chosen. You are chosen.”
In haar linkerhand heeft ze een rode pil. In haar rechterhand draagt ze een glaasje water. Die weet van wanten, regelt haar dingen. Nu pas valt me op hoe mooi ze is. Ze heeft lang zwart haar. Een prachtig figuur. Ik schat haar vijfendertig. Ik pak de pil en leg het op mijn tong. Het is geen XTC, geen ketamine, geen LSD en zeker geen speed. Het smaakt zoet. Misschien peyote, een drug die gemaakt wordt van cactus, met een hoge hallucinerende werking. Jaren geleden gebruikte ik peyote en waande me in een Romeinse lusthof. Ik vertrouw haar, dus ik neem het glas aan. Nadat ik de pil doorslik pakt ze mijn hand. Ze leidt me naar buiten, naar een van de kampvuren. Als ik ga zitten danst zij rond het vuur, haar armen wijd uiteen. Met hetzelfde theatrale gebaar waarmee ze eerder die pil aanbood, werpt ze droog gras in het vuur. Een vonkenregen verdwijnt in de nacht, als vuurvliegjes die om elkaar heen zwermen tijdens een wilde paringsdans.Het lukt me niet ergens anders naar te kijken. Een orgie van vuur en zwarte leegte omringt me, als ik gewichtloos door de ruimte zweef. Nergens heen. In de verte hoor ik een bekende stem, het lijkt Peach. Ik blijf zweven, tot de vuurvliegjes verdwijnen en alles zwart wordt.
“Wat ben jij toch altijd een naïeve lul.”
Mijn kop doet pijn, een bankschroef drukt tegen mijn slapen. Ik lig in de armen van Peach, die mij met haar samengeknepen ogen aankijkt.
”Klootzak. Je neemt een pil aan van een wildvreemde vrouw, staat naar het gezwets van een wannabee heksdokter te luisteren, alsof je nooit volwassen bent geworden.”
Langzaam komt mijn geheugen terug. Het is inmiddels morgen, de zon komt op. Ik zie de resten van een kampvuur.
“Wat is er gebeurd?” vraag ik met een keel van schuurpapier.
“Niks hoor. Net op het moment dat de vrouw van jouw dromen je portemonnee wilde jatten, was ik ter plaatse om de trut weg te jagen.”
“ Mijn god.”
“De rest van de nacht lag je in mijn armen, te prevelen over een ruimtereis tussen met vuurvliegjes. Tot ik ontdekte dat je antwoord gaf op de meest intieme vragen.”
Ze lacht.
“Wat heb je in godsnaam gevraagd, wat ik heb ik gezegd.”
Ze legt haar hand op mijn mond. Haar lach verandert in een glimlach.
“Niks. Wil je koffie.”
Ik knik. Ze staat op en loopt naar de bar, terwijl ik mijn ogen sluit en me afvraag wat ik allemaal heb gezegd.
[…] van die mensen slinger ik dus met plezier Brussenproza op. Kortom, podiumpje voor Robert Engel: klikkerdeklik. Stem of voeg toe […]
[…] verder op Brussenproza.nl Stem of voeg toe […]
Leuk verhaal Robert. Voor pillen zou ik niet vallen, misschien een glas Royal Salute. Of Glen Livet.
Mmm… Niet eens zo héél beroerd, dat Engel-proza. Beetje te traag misschien. Te weinig compact ook, naar de hedendaagse maatstaven voor impactproza. Bij ons op het VU, facu NL, circuleert een boek waar onze Robert misschien een voorbeeld aan kan nemen: Jealous Guy van de auteur Wladimir Arn. Snel, hard, meerdimensionaal gelaagd, functionele “fuckings”en “freakings”, onwijs multiculti en een plot om steil van achterover te donderen. Echt revolutionair. Met een aantal literatuurfreaks ben ik overigens op zoek naar de werkelijke identiteit achter het pseudoniem Wladimir Arn. Als iemand ons in deze zoektocht wil bijstaan: via het kopje “volkskrantblog wladimir arn” kom je op een door ons gekraakt blog (over Matthijs van Nieuwkerk, over wie werd gefluisterd dat hij W.A. zou zijn). Als je iets denkt te kunnen bijdragen, join us!
@Jesse: wacht! Het is hier geen impactproza! Maar proza zoals proza. Boeken, en dan op internet, dus dat het niet compact is klopt.
Zo is dat, Jesse. Die Wladimir van jou mag dan opvallend bijzonder werk afleveren, maar niet iedereen wil met van adrenaline pompende slapen neotaal zitten lezen, joh. Ook ik heb in het slot van jealous guy iets gelezen wat jou kennelijk ontgaan is. Bert weet naar alle waarschijnlijkheid wie Robert Engel is, maar weet jij al wie jou mysterieuze held eigenlijk is, Sherlock?
Gewoon zo doorgaan Robert!
Wordt aan gewerkt, Laura.
Onze mysterieuze held is Mystery Mister Wladiman, Laura. Zo is het beter voor iedereen.
Die Wladimir Arn is waarschijnlijk Thomas van Aalten, de schrijvende Thom Revolver. En zo niet: dan zijn we er me z’n allen ’n stuk rijker mee geworden, mede-literatuurfreaks van vandaag. Gáán met de superintelligent geconstrueerde chaos! Weg met de slechts slaapverwekkende schrijvers van gisteren! Mij kan ’t niet hardcore, snel en onvoorspelbaar genoeg!