Aug 14 2007

Over kanker, en mensen die Jasmijn Rijkhoff-Nelissen heten: lang leve de chemo!

Gepubliceerd door Bert Brussen at 1:59 am Categorie: Brussen Proza

Mijn moeder overleed op veertigjarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker. Ik was toen 12 jaar oud. Het hoeft geen betoog welke verwoestende indruk deze gebeurtenis op mijn verdere leven gemaakt heeft, en het hoeft, vermoed ik, ook geen betoog op welke gruwelijke wijze mijn moeder destijds om het leven kwam. Nog afgezien van het feit dat kanker op zichzelf al per definitie verwoestend is, zelfs als je het overleeft, leed mijn moeder aan kanker in een tijd (en een plaats te weten een klein christelijk en volstrekt achterlijk dorpje genaamd Bennekom) waarin vele malen minder wetenschappelijke kennis over deze ziekte aanwezig was dan nu in 2007. Het was 1987, chemotherapie was in die tijd modern, DNA nog bijna raadselachtig en de ziekenhuizen, zeker die in landelijke dorpjes, waren nog maar beperkt voorzien van de juiste apparatuur. Het ziekenhuis waar mijn moeder als eerste terechtkwam, en helaas voor lange tijd moest blijven, was een zogenaamd streekziekenhuis, wat vooral inhield dat ze er goed waren in het ingipsen van benen en het aanzetten van plastic heupen. Voor het betere kankerbestrijdingswerk kon men beter terecht in een academisch ziekenhuis.

Het verloop van de ziekte en en het falen van de gebrekkige gezondheidszorg in een tijd waarin kankergevallen voor de dorpsziekenhuizen nog een maatje te groot waren, doet verder niet ter zake. Het volstaat met te zeggen dat mijn moeder langzaam wegteerde (van darm naar longen, naar lever, naar ruggengraat), en toen zij stierf woog zij net zoveel als een zojuist overleden anorexia-patiënt. De beste indruk die ik u kan geven is deze: er werd besloten haar niet op te baren in een geopende kist, omdat men dat te schokkend achtte voor de nabestaanden.

Iets meer dan anderhalf jaar geleden verloor ik een vriend, in potentie een goede vriend, aan de gevolgen van dezelfde vreselijke ziekte kanker. Hij was negentien en mocht de twintig niet meer halen. Hij was bijzonder getalenteerd op diverse gebieden, een voor die leeftijd briljant journalist, had diverse prijzen gewonnen met even diverse zaken en was gedurende zijn leven zowel ijverig als onophoudelijk energiek. Op een dag kreeg hij buikpijn, zoals iedereen wel eens buikpijn krijgt en hij besteedde er de weken die volgden, waarin de pijn dan weer wegzakte en dan weer terugkwam, weinig aandacht aan. Op een zekere dag werd de pijn zo hevig dat het ondraaglijk werd en kreeg hij bovendien koorts en griepverschijnselen. Zijn ouders dwongen hem uiteindelijk min of meer om naar een dokter te gaan.
Vier maanden later was hij dood. Een zeldzaam agressieve tumor had zich tussen zijn longen en hart geworteld; er was niets meer aan te doen. Zelfs chemotherapie (wat zijn leven hooguit enkele weken had kunnen verlengen) was geen optie omdat hij daar eenvoudigweg nog zieker van werd dan de kanker hem al maakte.

Het laatste wat ik van hem vernam was een emailtje met daarin alleen het woord “Waarom?” en de bizarre vraag of ik hem kon helpen als het nodig was omdat hij niet te lang wilde lijden. Waarom hij dat aan mij vroeg weet ik niet, kennelijk ging hij er van uit, gevoed door de vele gesprekken die we gevoerd hadden over euthanasie en euthanasiebeleid (zijn standpunt was daarin net zo liberaal als het mijne), dat ik over voldoende medisch inzicht beschikte om hem daadwerkelijk uit zijn lijden te verlossen, als ik dat al gedurfd had (want zoals u weet worden helden die anderen uit hun lijden verlossen in dit barmhartige christelijke land nog steeds vervolgd als moordenaars). Godzijdank was zijn katholieke God, waar hij ten einde raad toch maar in was gaan geloven, hem genadig. Drie dagen na het versturen van die bizarre mail sliep hij vredig in, min of meer geholpen door een al even barmhartige arts (die daarvoor gelukkig niet vervolg werd omdat hij het leven niet actief had beëindigd maar slechts had opgegeven door de behandeling stop te zetten).

Ik weet niet of u ooit iemand van nog geen twintig dood heeft zien gaan maar ik kan u verzekeren dat zoiets een van de gebeurtenissen in je leven is die zo intens zijn dat het je voorgoed aantast en verandert. Zelfs als je al veranderd bent door een eerder traumatisch verlies.
Laat ik zeggen dat er geen stenen hart op de wereld te vinden is dat zulk leed oprecht en zonder pijn kan verdragen.
Ik was toen al atheïst, dat was ik al, laten we zeggen, vanaf mijn twaalfde, heel toevallig, maar was ik het niet geweest dan was ik het toen zeker alsnog geworden. Zelfs de allerbeste uitleg van de Theodicee, geschreven door de meest liberale en bevlogen theoloog maakt het verenigen van kanker en goedheid bij een almachtig en liefhebbend opperwezen volstrekt onmogelijk.

Er zijn al altijd mensen die, om welke reden dan ook, de moeite nemen om de afschuwelijke waarheid over kanker te bagatelliseren. Soms zijn ze door indoctrinatie in hun jeugd achterlijk en beperkt verstandelijk gebleven en hebben ze het over “God’s ondoorgrondelijkheid” of “leed als megafoon waardoor God naar ons roept”. Je kunt het mensen die opgegroeid zijn in de jaren zeventig en tachtig in dezelfde contreien als ik (de Veluwe, waar in de jaren tachtig de jaren vijftig zo’n beetje begon) nauwelijks kwalijk nemen. Als je op de lagere school wordt opgevoed met krankzinnige waarheden als “de regenboog is het teken van God dat er nooit meer een zondvloed komt” en “twijfelen aan de letterlijke waarheid van de Bijbel is zondig”, kun je moeilijk ook nog eens een keiharde waarheid als kanker accepteren, tenzij je daar net als ik op zeer jonge leeftijd al mee geconfronteerd wordt. In de tijd dat mijn verlichte leeftijdsgenoten kennis van de wetenschap opdeden, verziekten wij onze kostbare tijd met het verplicht uit het hoofd leren van de volgorde der Bijbelboeken. Ik kan nu nog zonder haperen ten minste de Bijbelboeken van het Oude Testament opzeggen en er zijn maar weinig dingen waar ik me zo voor schaam als dat.
Wat de achterlijkheid van mijn mede geindoctrineerden betreft, staat er in de bijbel één ware zin en dat is deze: “Zalig zijn de armen van geest”.
Voor wie niet beter weet is de wereld inderdaad een paradijs en is een feit als “in 2010 is kanker de doodsoorzaak nummer 1 voor zowel vrouwen als mannen” of “dertig procent van de Nederlanders krijgt een of andere vorm van kanker” makkelijk weg te moffelen achter een goede God die hoe dan ook het allerbeste met je voor heeft omdat zijn zoon zichzelf heeft laten martelen aan een kruis.

Maar nogmaals: deze lieden zijn doorgaans achterlijk, onderontwikkeld en beschikken eenvoudigweg niet over het vermogen verder te denken dan hun emotionele reflexen en zijn vaak niet in staat ook maar enige blijk te geven van gezonde empathie. Je kunt net zo goed van een in Noord-Korea opgevoed kind gaan verwachten dat het blij is met het grote aanbod aan koelkasten en magnetrons in een kapitalistische samenleving of aan een Berberse allochtoon gaan vragen wat er nou precies mis is met een afbeelding van Mohammed. (Of, om er wat beproefde internetretoriek in te gooien, aan een lid van de Hitler-jugend vragen of een jood niet ook gewoon een mens is.) De antwoorden die ze zullen geven zijn niet gebaseerd of logische gedachtegangen of rede, maar puur op een emotioneel verankerd vooroordeel.

Erger zijn de lieden die beslist wel beter weten, maar weigeren enig gebruik te maken van het vermogen wat hen onderscheidt van de dieren, namelijk de ratio. Dit zijn lieden die het eenvoudige materialistische feit dat alles gemaakt is van atomen, dat er na de dood niets meer is en dat atomen zich geheel onafhankelijk van onze wensen zouden kunnen kunnen herschikken zonder dat wij daar direct invloed op hebben, niet kunnen accepteren. Het gevoel volledig willekeurig slachtoffer te zijn, op een wereld die evenveel leed als schoonheid voortbrengt en dat allemaal doelloos zonder enige beloning in de vorm van een verder eeuwig onstoffelijk leven, is voor deze lieden zo deprimerend, zo verschrikkelijk, afzichtelijk, onverdraagbaar en onuitstaanbaar dat zij niets anders kunnen dan een volledig nieuwe werkelijkheid verzinnen. Het zal u niet verbazen dat deze nieuwe illusoire werkelijkheid gevrijwaard is van leed en voorzien is van allerhande methoden en beloften om al wat ondraaglijk is tot in het extreme draagbaar te maken.

Zo gaan zij na hun dood “ergens anders” heen. Meestal is dit “ergens anders” een eeuwig leven, in onstoffelijke vorm, maar soms verzinnen ze een stoffelijke vorm, bijvoorbeeld in de vorm van reïncarnatie. (Kennelijk vinden ze één leven van lijden nog niet voldoende en doen ze het in een oneindig aantal nieuwe levens graag nog even dunnetjes over. Je vraagt je af of deze mensen hun wensdenken over een betere werkelijkheid niet gewoon verwarren met een of andere psychotische vorm van masochisme.)

En dat is pas na hun dood. Hun eeuwige hiernamaals is tevens de ontheffing van de plicht de van het universum geleende stoffelijke elementen weer terug te geven aan dat zelfde universum: het verrottingsproces.

Maar al ruim voor hun dood hebben deze individuen het meestal klaargespeeld volledig vrij en onafhankelijk van de waarheid die het leven biedt te bestaan. Waar anderen kanker krijgen omdat straling, chemische beïnvloeding of erfelijke afwijkingen daar verantwoordelijk voor zijn (en onontkoombaar), menen deze zichzelf verlicht verklarende geesten dat zij buiten de orde van de natuur staan en niet deelnemen aan de ongenadige wetten van het leven. Nee, zij krijgen geen kanker, zeggen ze. Want zij hebben kennis genomen van een volstrekt onbewijsbare wetenschap (ergens gehoord bij de kapper of gelezen op internet), en gewapend met die enorme kennis, die, als het bewijsbaar was een fundamentele verandering van het leven zoals wij dat nu kennen te gevolge zou hebben, kunnen zij het leven volledig (en dan bedoel ik voor de volle honderd procent, want gek genoeg vertoont deze vorm van quasi-wetenschap nooit enig hiaat en is er letterlijk nooit sprake van ook maar de geringste zelfkritiek of reflectie) aan en zullen zij het uitzitten zonder te lijden.

Ik ga er vanuit dat u de voorbeelden inmiddels wel kent. De Jomanda’s en andere kwakzalvers van het zelfde leugenachtige allooi zijn heden ten dage alom tegenwoordig aanwezig in de media, maar ik wil u wat veelvoorkomende voorbeelden niet onthouden, temeer daar deze zelfbedachte kennis en bij elkaar gelogen wetenschap regelmatig voorkomt bij hoog-opgeleide en in beginsel kritische mensen.

Zo is er de homeopathie. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is de klassieke homeopathie meer dan het gebruiken van kruiden als geneesmiddel. De (exorbitant hoog geprijsde) middelen van Dr. Vogel met klinkende namen als Echinaforce of Valdispert die u bij de drogist in de schappen ziet staan, zijn meer het product van gewiekste zakkenvullers dan van natuurvorsende heiltherapeuten. De klassieke homeopathie werkt namelijk veel geraffineerder en veel leugenachtiger.

Het principe is eenvoudig: je neemt een “blauwdruk” van een ziekte, zeg kanker. Dat is dan, grofweg, één molecuul van een tumor. Dat verdun je met water. En niet een beetje water, nee, je verdunt het tienduizenden tot de tienduizendste macht met water. Het beste kun je je voorstellen dat je één molecuul, een hoeveelheid gerangschikte atomen die zo klein zijn dat het alleen mogelijk is ze schematisch weer te geven, in de Atlantische oceaan gooit, die oceaan heel lang schudt zodat het molecuul gegarandeerd is opgenomen tussen de ziljarden watermoleculen en dat je uit die oceaan vervolgens een milliliter water tapt. Dat millilitertje oceaanwater is dan je homeopathische medicijn tegen kanker.
(In werkelijkheid gaat het niet om water maar (meestal) om alcohol en moet er met het betreffende molecuul van werkzame leed een zogenaamde tinctuur gemaakt worden. Deze tinctuur kan dan oneindig verdund worden via de klassieke verhouding 1 staat tot 10 (1 milliliter tinctuur op 9 milliliter water is D1) en door slechts verticaal te schudden (niet machinaal want dan werkt het niet!) kan dit tot aan D1.00000.000000 verdund worden. Met 1 milliliter werkzame tinctuur kan een homeopaat in theorie dus miljarden en miljarden liters medicijn bij elkaar schudden.) Het zal intuïtief duidelijk zijn dat verdunningen groter dan pak hem beet D5 al belachelijk zijn en ook de scheikunde zal daar hetzelfde over zeggen. Toch schrijven homeophatische artsen gerust verdunningen van D200 voor (u mag zelf tien tot de 200ste macht gaan uittellen.).

Uiteraard is de homeopathie al lang geleden volledig door zuiver wetenschappelijke inzichten volledig met de grond gelijk gemaakt maar zijn er nog steeds hele volksstammen die geloven dat het werkt. En daar ligt natuurlijk ook de enige kracht van de homeopathie: het placebo-effect.

Het is des te tragischer om te zien dat de heilzame werking van kwakzalverij met flesjes oplossing met daarin 99,99999999999999999 etc. procent aan alcohol heden ten dage vooral populair is bij het soort van antroposofen dat dankzij een gedegen opleiding enerzijds en een flinke smak oud geld anderzijds een vrijstaande villa in in de bossen van Zeist of aan de rand van Zutphen kan veroorloven. Wellicht slaat de verveling in zo’n ruime villa zo ongenadig hard toe dat zelfs het drinken van Sherry en het in de weer zijn met het weefgetouw niet meer voldoende is om de gemoederen bezig te houden. Het mooie van dit soort onbewezen medische wetenschap is dan natuurlijk ook dat iedereen er als hobby mee aan de slag kan en, voorzover het bij verkoudheid of hoofdpijn blijft, het credo “baat het niet dan schaadt het niet” altijd geldig is.

Een ander favoriet speeltje van zwakzinnigen met te veel tijd is natuurlijk het verkrachten en misbruiken van natuurwetenschappen en in het bijzonder de natuurkunde. Terwijl ieder mens of object op deze aarde letterlijk gebonden is aan wet van de zwaartekracht, is het voor de liefhebbers van de ideale maar immer verzonnen wereld een dagelijkse uitdaging zichzelf toch maar vooral aan de zwaartekracht te onttrekken. Tot op heden is dat nog niemand gelukt, al is het bewijs daarvoor natuurlijk altijd ruim voorradig in de vorm van een anekdote: “Ik hoorde van een neef van een vriend van mijn kapper dat hij had gehoord dat iemand anders had gehoord dat een man had gezien hoe een monnik in Nepal wel tien minuten lang kon zweven zonder enige hulp of zonder zinsbegoocheling van het publiek.”
Uiteraard is er geen mens die op commando even het bijzettafeltje of gewoon zichzelf voor tien minuten tussen vloer en plafond laat zweven, maar het gebrek aan bewijs doet bij deze liefhebbers van de gedroomde perfecte wereld eigenlijk nooit ter zake. Bovendien geloven zij er zelf wel in en is degene die zo staat op bewijsvoering niets meer dan iemand die “vooral zichzelf tot last is” en zich “weigert open te stellen voor zaken tussen hemel en aarde”.
Het lijkt er meestal op dat niet degene die terecht om hard bewijs vraagt niet degene is die zich niet open stelt maar juist de leugenaars die bij hoog en bij laag volhouden dat alles mogelijk moet zijn omdat zij dat zo graag willen. En ze liegen vooral tegen zichzelf, zoals al eerder gezegd juist omdat de werkelijkheid niet te aanvaarden is. Een vergelijking met een kleuter die boos is omdat hij geen tweede koekje krijgt van mamma komt aardig in de buurt bij lieden die, om uit frustratie toch iets te kunnen bewijzen, al “hoppend” (wat niets meer behelst dan heen en weer springen op de knieën, een moeilijk te leren maar puur acrobatisch foefje) hard jammeren dat “hoppen een eerste stadium is op weg naar totale onttrekking van de zwaartekracht”.

Helaas heb ik op tienjarige leeftijd al lijdzaam moeten toezien hoe mijn moeder, wanhopig als ze was geworden, heel menselijk niet kon accepteren dat haar ziekte onomkeerbaar was en zij onafwendbaar afstevende op een te vroege dood, en raad zocht bij een diverse oplichters, kwakzalvers, misdadigers, huichelaars en schizofrenen. Er kwam een iriscopist, een magnetiseur, een homeopaat (die nog geen zeventig gulden per 10 milliliter rekende, en voor een complex kankergeval als mijn moeder raadde hij toch zeker zesentwintig verschillende tincturen per week aan), uiteraard kwam er een dominee (waaronder eentje van de orthodoxe zwartekousenkerk uiteraard afkomstig uit Rijssen, die tien jaar later zelf aan kanker overleed en volhield hoe goed God en zijn koninkrijk wel niet waren), er was natuurlijk een uitgebreide groep “vrienden”, “ouderlingen” en “voorgangers” die dag en nacht voor haar baden en er was een keur aan paranormaal genezers. Paranormaal genezers zijn te vergelijken met een virus: voor elke stam die je uitroeit, komen er tien gemuteerd weer terug.

Mijn moeder werkte dagelijks een bak drapachtige maar onschadelijke homeopathische alcohol weg. Ze at zemelen, linzen en rijstkoeken. Ze las de bijbel. Ze liet zich in de ogen loeren door een idioot zonder opleiding (“ik zie het al mevrouwtje, uw iris zegt genoeg: u heeft slechts een lichte ontsteking”). Ze gebruikte stenen en magneten (tegenwoordig heet dat biostabiel maar Tineke was in die tijd nog salonfahig televisiepresentatrice) en ze leende foto’s uit aan instralers: loensende besnorde laagvoorhoofdigen die met een zwaar accent vertelden dat zij na tien fotobestralingen weer als herboren zou zijn.
Het meest gruwelijke maar ook veelzeggende detail dat ik mij uit die verschrikkelijke periode herinner is mijn vader die met tranen in zijn ogen (van ergernis, niet van ontroering) in de voor- en achtertuin van ons huis een gebogen stukje koperen buis in de grond plantte: dat zou namelijk de kwalijke aardstralen afbuigen.

Misschien is het wijs om hier, voordat ik tot de reden van dit essay kom, voor de duidelijkheid even stil te staan bij de omstandigheden waarin mijn moeder kanker kreeg. Dat niet het beeld ontstaat van iemand die vanaf haar eerste levensjaar zoop en rookte en zodoende de eenenveertig niet haalde.

Mijn moeder groeide op in een calvinisitsch gristelijk gezin met veel kinderen en dito gebruiken. Daar zal ik verder niet op ingaan want de onwaarachtigheid van dat soort geloven, gebruiken en gezinnen zal u inmiddels duidelijk zijn.
Het opgroeien in dergelijke calvinistische omstandigheden hield dus wel in dat alles er degelijk, deugdzaam, zuinig en gezond aan toe ging. Er was geen alcohol, er werd niet gerookt, er werd dagelijks groenten uit eigen tuin met vlees en aardappelen gegeten, men ging op tijd naar bed, het was verboden te genieten en elke vorm van losbandigheid was uit den boze. Aan het leefpatroon van mijn moeder heeft het dus in elk geval niet gelegen, of het moeten de kankerverwekkende stoffen in het wekelijkse sudderlapje zijn geweest.

Wel is het zo dat haar vader al enkele jaren voordat zij ziek werd eveneens overleed aan kanker. Ik zou niet met zekerheid durven zeggen of dat darmkanker was, maar de eventuele genetische overerving is dus een reële mogelijkheid, al betwijfel ik of dat soort dingen ook opgaat voor darmkanker. Me dunkt dat voedingsmiddelen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken van kwaadaardige tumorgroei in de darmen.

Op haar sterfbed heeft mijn moeder me nog op het hart gedrukt vooral niet te zuinig te leven “omdat je geld niet in je kist mee kunt nemen” en dat ze “het leven graag nog eens over zou willen doen maar dan wel met gebruik van meer genotsmiddelen”. Dat zal waarschijnlijk verklaren waarom ik ondanks mijn groeiende angst voor kanker en met mijn leeftijd gelijke tred houdende hypochondrie weiger me over te leveren aan de gezondheidswaan van de hedendaagse groentemaffia. Ik heb niets tegen broccoli maar ik heb ook niets tegen whiskey en sigaren. De angst om op mijn veertigste dood te gaan zonder te hebben genoten van deze ongevraagde aanwezigheid in dit tranendal is nog steeds duizend maal groter dan de angst dood te gaan aan kanker (alhoewel ouderdom met bijpassende angsten komt).

2

De oorspronkelijke reden van dit essay, of liever gezegd dit epistel, is niet om u te dwingen deelgenoot te worden van mijn innerlijk leed. Ook heb ik niet de behoefte u te overtuigen van de onzin van pseudo-wetenschap. Als het goed is gelooft u niet in dat leeghoofdige gelul, en gelooft u er wel in dan heeft het weinig zijn u met feiten of argumenten om de oren te slaan, want het ontbreken van bewijs en feiten is tenslotte de kern van uw pathetische en doorgaans hysterische geloof in een goede en geweldige wereld vrij van smart.

De reden is ook niet om u te waarschuwen voor een verval van uw goede naam als verlicht denker, kritisch wetenschapper of deugdelijk redelijk denkend en handelend wezen als het vonnis van kanker (of willekeurig welke ander ziekte van uw cynische voorkeur) eenmaal daar is. Er zijn grote geesten geweest die uit pure angst en wanhoop zich tot aan het vreselijke en oprecht bittere einde hebben getracht zich te troosten met een scala aan niet onderbouwde nonsens.
Een scherpzinnig en kritisch journalist en schrijver als Karel Glastra van Loon kon niet leven met de keiharde wetenschap van het bestaan van een tumor in dat met intelligentie begiftigde hoofd en wierp zich op als apologeet van alles wat volksverlakkerij en bedrog was. Sylvia Millecam had zelfs nog kunnen leven als zij in plaats van naar een crimineel en moordenaar met een zelfbedachte machine die magnetische stralen produceert of een psychoot als Jomanda voor een zinnige, normale en gezonde arts had gekozen. Het is voor elk sterfelijk wezen uiteindelijk een onwinbare strijd, het sterven op zich, en elk stervend individu zal, al naar gelang de omstandigheden gunstig of minder gunstig zijn, zijn of haar hoop richten op een al dan niet geloofwaardig laatste redmiddel.

Gelukkig zijn er evenveel grote geesten die stierven zoals zij leefden, namelijk met de harde maar eerlijke waarheid in het vizier. In tegenstelling tot wat terroristische christelijke zeloten ons willen laten geloven, bekeerde Charles Darwin zich niet op zijn sterfbed. Zijn laatste woorden waren daarentegen bijna poëtisch: “Death I fear the least”.

Martin van Amerongen, de legendarische voormalige hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer en beroepsintellectueel werd getroffen door keelkanker (“door de jonge jenever meneer”) en vertelde in een van zijn laatste televisieoptredens niet in het alternatieve circuit rond te gaan snuffelen want: “Als ik toch moet sterven dan graag waardig”.

En laten we de vele, je zou ze haast helden noemen, bekende Nederlanders niet vergeten die geweigerd hebben om op hun sterfbed zo’n truttige diaken met camerateam van de achterlijke censuuromroep EO toe te laten om zich op het laatste moment nog even te laten bekeren. (Waarom het toegestaan is dat soort programma’s vol emotieterreur te maken, nota bene door een omroep die het begrip ethiek zo hoog in hun vaandel hebben staan, is mij nog steeds een raadsel. Aan de andere kant kun je weinig zinnigs en menselijks verwachten van mensen die de evolutietheorie verwerpen en een bijbelverhaal letterlijk voor waar aannemen).

Nee, de reden van dit betoog, van deze korte maar heftige exercitie, is om enig begrip en sympathie te wekken voor mijn nu volgende vreselijke lijst verwensingen aan het nu volgende adres van een van de gruwelijkste personen die ik ooit op de Nederlandse televisie heb gezien. Ik hoop dat u mij vergeeft als ik haar vreselijke dingen toewens, en ik hoop dat als u haar kent, of als u haar tegenkomt, haar dan vreselijke dingen naar uw keuze toewenst. Dat hoop ik oprecht.

3

Want ik ben zo kwaad, zo verschrikkelijk kwaad. Ik ben buitenzinnig van woede, en mijn woede is zo groot, zo aanwezig en zo dwingend dat ik niet eens meer zwart voor mijn ogen zie maar wit. Spierwit. Lijkwit. De woede doet zelfs pijn en brandt achter mijn oogleden, brandt in rode vlekken in mijn nek, jeukt in mijn pik, mijn ballen, mijn kont en laat elke paar seconden weer mijn nekharen ten bergen rijzen. Het is een vreemde sensatie want niet alleen heb ik mij nog nooit zo woedend en machteloos gevoeld, het is ook de eerste keer in mijn leven dat ik mij oprecht beledigd en gekwetst voel door een uitspraak van een voorheen volstrekt onbekende. Sterker nog, ik voel mij momenteel net zo pathetisch als Leon de Winter die in zijn joodse hart geraakt is en weet dat ik mij nu schuldig maak aan een bekrompen en kleinburgerlijke manier van vergelding. Bovendien: hoe kan woede ontstaan door iets wat klein is, die enkele opmerking, gemaakt door dat ene onbekende secreet, een opmerking nota bene gemaakt in een televisie-uitzending waar (zo mag ik hopen) überhaupt geen hond naar kijkt? Waarom kan ik mij nu ineens niet beheersen? Hoe kan ik mij stiekem gelijkstellen met een holocaustslachtoffer dat zojuist een holocaustontkenner heeft horen spreken? Hoe kan ik mijzelf nog onder ogen komen na toegegeven te hebben aan deze woede?
U bent mijn getuige: het werd te dof voor mijn ogen om mijzelf nog langer te beheersen. Het spijt mij nu al.

Op zaterdag elf augustus 2007 zond de omroep RVU het kwalitatief zeer matige (en tevens zeer drammerige en gelijkhebberige) maatschappelijk correcte jengelprogramma Dubbel en Dwars uit. Het enige leuke aan dit programma zijn de twee immer leuk geklede presentatrices die ondanks hun meer dan zwaar jammerlijke accent erg mooi zijn, maar dat ligt aan mijn afwijkende voorkeuren. Over esthetica wordt in dit essay even niet getwist.
Op die zaterdag van de elfde augustus was in de uitzending ene Jasmijn Rijkhoff-Nelissen te gast. Zoals haar naam al doet vermoeden, is dit een te verwend, te verpest en te verachtelijk individu om ook maar in welk opzicht dan ook normaal te zijn.
Jasmijn Rijkhoff is namelijk macrobioot.

Macrobioot houdt in dat je een meer dan zinnige waarde hecht aan een dode Japanse rauwe vis- en opiumeter die de hele handel bij elkaar verzonnen heeft en dat je oprecht denkt dat hele wereld is om te toveren in een elfentuin middels de eenvoudige en onwrikbare logica als Ying dan Yang. Alles hangt met elkaar samen kortom, en als het ene Ying is, moet het andere Yang zijn en omgekeerd.

Daar valt op zich nog wel mee te leven. Een principe als ying en yang is met wat goede wil te zien als een primitieve filosofie die later wetenschappelijk onderbouwd werd met de wet tot behoud van energie. Als je ergens iets instopt moet het er ook weer uit, en als je op de ene schaal een gewicht legt gaat de ander omhoog. Je hoeft geen diepzinnig filosoferende Japanse samourai te zijn om dat te bevatten.

Ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw was het enorm hip om macrobioot te zijn. De natuurwinkels schoten als paddestoelen uit de grond en onder het genot van wat heerlijke partnerruil en met schrootjes inclusief donkerbruin jute als decor werden de linksdraaiende zuurdesembroden rijkelijk belegd met overheerlijk Lima Tahin of door de Maharitshi zelf getrokken dode worteltjesprut met gekneusde kikkererwten. Bovendien was het in die tijd normaal om shag te roken, een tuinbroek te dragen en überhaupt om alternatief en heel lekker gek anders te zijn, dus zo heel vreemd is de adaptatie van dubbelhardgebakken lulkoek als macrobiotische leefgewoonten niet.

Na de jaren zeventig kwamen echter de jaren tachtig, was het kiezen tussen normaal doen of in een kraakpand wonen en drugs gebruiken gevolgd door de jaren negentig waarin men eindelijk een beetje tot zichzelf kwam en langzaam afrekende met die obscure en voorliegende nepwetenschapjes en spirituele babbeltjes over eeuwig leven en het leven zonder leed dankzij het eten van smakeloze noten en granen, met zoveel zout dat een beetje nier uit pure wanhoop zichzelf transplanteerde en aan de bekende wandel ging.

Maar niet voor het verstandelijk gehandicapte niemendalletje Jasmijn Rijkhoff-Nelissen. Jasmijn zit zo diep in haar krankzinnige en psychotische ying-yangwereldje opgesloten dat zij alleen nog maar gelooft in het eten van zilvervliesrijst en bonen (onbespoten en bij voorkeur gekookt onder het licht van de volle maan anders werkt het niet!). Zij heeft haar hele leven volledig ingericht op het macrobiotische leven, en leeft daardoor een behoorlijk complex en arbeidsintensief leven. (Al staat zij er niet alleen voor want zij is lid van een behoorlijk foute sekte van oplichters en leugenaars. Deze sekte is zo gevaarlijk en crimineel dat zij zeer hoog eindigt in de kwakzalvers top-20).

Op zich is het verdrietig en treurig dat mensen zoals Jasmijn, die in beginsel een normaal leven hadden kunnen leiden, zich door hun angst voor de dood en de daar bijbehorende obsessie voor gezondheid zo laten beperken dat hun leven een aaneenschakeling wordt van paranoia, hysterie en onzekerheid. Je zou mensen per definitie een beter leven dan een beklemmend leven onder de normen van welke sekte dan ook toewensen. Een ieder heeft tenslotte het recht ten minste kennis te nemen van de vrijheid en het genot dat dit korte maar eenmalige bestaan op aarde ons te bieden heeft. (Uiteraard gelooft Jasmijn dat zij meerder levens heeft en dat daarom al haar yang vanzelf weer ying wordt, maar ik vermoed dat u zelf al zo’n vermoeden had.)

Treuriger wordt het wanneer je als televisiekijker geconfronteerd wordt met het feit dat Jasmijn niet alleen heel veel raaskalt maar zichzelf zo heftig haat dat zij er alles aan doet om haar leven consequent in gevaar te brengen. Zo weigert zij zichzelf in te enten tegen de veel voorkomende ziekten waartegen een mens zich van nature niet voldoende kan wapenen omdat de ontwikkeling van virussen en bacteriën ongelijke tred houdt met de evolutie van het menselijk immuunsysteem. Jasmijn is voortdurend op zoek naar een dialoog met de dood, ongetwijfeld voortkomend uit de onbewuste drang deze niet te stuiten dood te overwinnen, en gaat daarom bewust zonder medicatie of vaccinatie naar verre landen.
Haar betoog dat “macrobiotisch leven je beschermt tegen ziekten” is uiteraard krankzinnig. Een ander mens dat volgens de zelfde logica zou zeggen: “Ik heb tijdens het motorrijden geen helm en pak nodig want ik weet zeker dat ik niet val omdat mijn motor gezegend is door een voor u onbekende maar door mij aanbeden sjamaan”, zou tegen zichzelf in bescherming worden genomen en per direct zijn rijbewijs kwijtraken. Helaas is dat bij Jasmijn niet het geval en is er niemand die haar belet voortdurend het noodlot op te zoeken.
Een ziekte als Malaria heeft net zoveel te maken met macrobiotisch leven als een EO’er met chimpansees, en een kind van zes kan Jasmijn nog vertellen dat de enige reden dat zij nooit ziek is geworden puur te wijten is aan toeval en niet aan haar prehistorische dieet van bonen en zaden. Ook kun je je afvragen hoe wenselijk het is dat mensen zonder enige voorzorgsmaatregelen naar risicolanden trekken en vervolgens hun aldaar opgelopen en gecultiveerde bacillen en virussen hier weer fijn doorgeven.

Zoals gezegd, het is uitermate treurig, maar het is geen reden voor de verzengende haat die zich inmiddels in mij geworteld heeft. Treurigheid blijft een afwijking waar alle mensen vroeg of laat mee te maken krijgen. Het is vervelend, deelgenoot te moeten zijn van het leven van dit soort intens treurige types, dat doet zeker pijn, maar het is geen gerede grond voor een woede van het soort waar besnorde dictators en jaloerse goden nog een puntje aan kunnen zuigen.

Het echte eerste zweempje van woede kwam met de constatering dat deze Jasmijn, dit monster van waandenkbeelden en nachtmerrie-achtige levensopvattingen, ook een dochter heeft. Een minderjarige dochter. Een dochter die nog niet in staat is zelf de beslissing te nemen om het lot te tarten en geen vaccinaties te nemen voor het vertrek naar gebieden waar malariamuggen en vlektyphus tot de biodiversiteit behoren.
Haar minderjarige dochter heeft, kennelijk, nooit de kans gehad ook te genieten van alles wat behalve slecht ook leuk en fijn is. De dochter heeft altijd moeten zuchten onder het juk van de geschifte moeder en haar jonge, onbeschreven geest is al vroeg in de knop gestorven. Ongetwijfeld weet de kleine onbesproeide spruit niet eens wat een patatje met is of een berenhap pindasaus is en gelooft zij oprecht in de komende zevenhonderdzevenenzestig levens die zij voor zich heeft, zoals ik ooit oprecht geloofde in een God die enorm met mij begaan was en mij altijd zou beschermen en uiteraard nooit zou laten lijden.
De dochter van Jasmijn is een oprecht slachtoffer van keiharde indoctrinatie en geestelijke mishandeling, en je mag hopen dat er vroeg of laat iemand aan de bel trekt en openbaart welk een leed een kind eigenlijk ondergaat als het op zo’n verwrongen wijze in een verderfelijke richting wordt gestuwd.

Jasmijn heeft overigens niet letterlijk gezegd dat haar kind ook niet ingeënt is, dus er is nog een sprankje hoop, al zie ik het somber in. Als je weet dat er in de Betuwe, op de Veluwe en in Zeeland nu nog steeds honderden kinderen leven die niet worden ingeënt omdat paps en mams uit de bijbel denken te kunnen opmaken dat een leven met kinderverlamming of difterie de werkelijke vervolmaking is van Gods goede plan met de mensheid kun je er van uitgaan dat zeloten zonder God maar van het zelfde onmenselijke kaliber hun kinderen eveneens zullen behoeden voor een veilig, ziektevrij en prettig leven.
Ik zou wat dat betreft graag zien dat een zeden- en moraalprediker als Andre Rouvoet wanneer het over gezinszaken gaat eerst de hand eens in eigen boezem steekt. Wie wetten wil waarin het mogelijk wordt dat kinderen (terecht) uit ellendegezinnen worden gehaald, mag zich eerst wel eens afvragen of het eigen geloof niet net zoveel ellendegezinnen voortbrengt. Als het opvoeden van een kind door een zwakzinnige moeder van het niveau Tokkie en een alcoholverslaafde vader reden genoeg is om een kind uit huis te plaatsen, dan moet een ouderpaar dat weigert, op welke grond dan ook, om haar kinderen ter preventie van ernstige ziektes te vaccineren toch ook voldoende grond bieden voor zo’n uithuisplaatsing. En aangezien het aantal ongevaccineerde kinderen met de hartelijke groeten van God vele malen groter is dan het aantal ongevaccineerde kinderen dat de kosmische liefde krijgt van een onbespoten dode Japanner, kan Rouvoet wat dat betreft zijn kruistocht gewoon in eigen kring starten.

Maar was dit de reden om tot aan het maagzweerniveau woest te worden? Is het niet inenten van kinderen door labiele ouders nu zo bijzonder dat het mij witheet voor de ogen wordt? Nee natuurlijk. Zoals ik net al schreef zijn er voldoende van dat soort kinderen en gezinnen in Nederland om je over op te winden (en waar uit een huichelachtig soort van “respect” niets tegen gedaan wordt).
Nee, de echte woede, die eruptie van kolkende haat en haast fysiek tastbare woede, die enorme klap vanuit de diepste krochten van mijn ziel, kwam na het aanschouwen van het volgende:

Bonenvreter Jasmijn zit aan een keukentafel en vertelt de twee mooie presentarices (een eeneiige tweeling, maar dat terzijde) dat zij nooit ziek wordt.
En ze krijgt ook nooit kanker, zegt ze.
En de mensen die wel kanker krijgen?
“Kanker ontwikkel je zelf, het is een keuze”.

Ik herhaal het nog even want u denkt nu dat u het niet goed gelezen heeft.

“Kanker ontwikkel je zelf, het is een keuze”.

Ze blikte niet. Ze bloosde niet. Ze geneerde zich niet in het minst. Ze twijfelde niet eens. Ze zei het zonder een spoortje van ironie, zonder een zweem van sarcasme.
Ze meende het echt:
“Kanker ontwikkelen is een keuze”.

4

Het was dus niet de schuld van een God die “via het lijden tot ons sprak” dat mijn moeder letterlijk wegrotte, levend en wel, en met holle ogen en volledig verlamd stierf in een verpleegtehuis tussen de demente bejaarden.

Het was dus niet de schuld van een toevallige blootstelling aan een dosis straling, een toevallige externe prikkel in de celstructuur van mijn vriend, die er voor zorgde dat hij de twintig niet mocht halen en met een “waarom?” verstorven op zijn lippen weer terugkeerde naar het niets waar hij negentien jaar daarvoor vandaan was gekomen.

Het is dus niet de chemische structuur van teer die longblaasjes ernstig aantast en de cellen weinig andere keus laat dan kwaadaardige deling. Het is dus geen overerfbaar gemuteerd gen dat er voor zorgt dat zowel moeder als dochter en de daaropvolgende generaties geen andere keus hebben dan hun borst, een van hun meest intieme en vrouwelijke organen, te moeten amputeren.

Het is dus niet het beenmerg dat, dankzij een fout van het DNA, te weinig levensvatbare bloedcellen aanmaakt waardoor kinderen van vijf jaar oud met een kaal hoofd in een plastic tent moeten vechten tegen de leukemie en hopen dat het beenmerg van broer of zus afdoende is om het verstoorde biologische evenwicht weer te herstellen.

Het is dus niet de schuld van de ultraviolette straling van onze zon die, geholpen door een dunne ozonlaag, in staat is de cellen van onze huid zo aan te tasten dat er mutaties optreden met snel woekerende cellen als gevolg.

De mensen die, ook nu nog, kanker krijgen in Hiroshima en Nagasaki, hebben dat dus niet te danken aan de overerving van complexe mutaties in het erfelijk materiaal van hun voorouders.

De mensen op Mururoa, Bikini en noem nog eens wat atollen en eilandjes, die dankzij de misdadige kernproeven van Amerikanen, Fransen en Russen nu nog ernstig misvormde kinderen ter wereld brengen en zeldzame en afwijkend agressieve vormen van kanker ontwikkelen dat is dus helemaal niet de schuld van de vreselijke fallout als grimmig residu van de technische vooruitgang

Volgens Jasmijn, moeder van een minderjarige dochter, niet.
Het is namelijk die mensen hun eigen schuld.
Hadden ze maar meer moeten yingen en yangen.

Ik wens Jasmijn veel toe maar ik zeg niet hardop dat ik haar kanker toewens. Ook al ben ik woedend en veracht ik elke atoom die ook maar in de buurt is geweest van dit vreselijke armoedige schepsel, ik wens haar toch geen kanker toe. Dat doe ik gewoon niet omdat ik daar te braaf en te netjes voor ben.

De schrijver Ronald Giphart wenste ooit de moordenaar en crimineel Jomanda een hersentumor toe. Nog afgezien van het feit dat ik iemand nooit zo mooi een tumor kan toewensen zoals Giphart dat kan, vind ik de gedachte aan een Jasmijn, die desondanks moeder is, met een snel woekerende tumor in haar hoofd te ernstig.
Het leverde Giphart een rechtszaak op die hij uiteraard en volledig terecht won, en ik moet zeggen dat een rechtszaak omdat ik Jasmijn Rijkhoff-Nelissen heel veel pijnlijks en beslist onbehandelbaars heb toegewenst mij zeer aantrekkelijk lijkt, ik wens haar dat toch niet toe.

Ik weet alleen niet of ik haar stiekem, in gedachten, niet gewoon even tien minuten botkanker toewens. Ik betwijfel of ik in staat ben om haar niet een half uurtje op de palliatieve zorgafdeling van het Antonie van Leeuwenhoek, zonder pijnpomp, toe te wensen. Het zal me zeker moeite kosten om haar niet iedere dag even te bellen en te vragen of ze nu al eens lange tijd een droog kuchje heeft, of ze misschien al eens bloed gepoept heeft en of ze soms last heeft van langdurige aangezichtspijn en uitvalsverschijnselen van een van haar handen heeft. Ik waag te betwijfelen of ik haar niet wat flinke hard groeiende moedervlekken toewens, in gedachten, stiekem. Ik betwijfel het zeer.
Maar ik wens haar hier en nu geen kanker toe. Ik wens haar geen tumor ter grootte van een struisvogel-ei in haar maag toe. Ik wens haar geen witte vlekjes op röntgenfoto’s van haar longen toe en tevens zal ik haar nooit hardop een plotselinge onafrembare celdeling naast haar hypofyse toewens. Net zomin als dat ik haar hier en nu geen kleincellig carcinoom toewens, dat uiteraard al diep in haar lymfeklieren zit als zij het ontdekt.
Ik zal zelfs mijn best doen haar dat niet stiekem toe te wensen.

Wel wens ik haar een lang weekend tussen vier splijtstofstaven in de kerncentrale van Borssele toe. Ook wens ik haar een overvloedige maaltijd van barium afgetopt met een toefje radium toe. Ik wens Jasmijn Rijkhoff-Nelissen zeer veel zonne-uren op een zeer hete plek met weinig ozonlaag toe, uiteraard zonder eerst ingesmeerd te zijn met factor tweeëndertig. Hopelijk valt Jasmijn lang in slaap onder de zonnebank en mogen alle rokers in alle gelegenheden waar Jasmijn komt veelvuldig en met grote kracht de rook in haar gezicht uitblazen. En als Jasmijn interesse heeft in een midweekje Tsjernobyl om daar eens even lekker door de bossen te wandelen en te drinken van wat onbespoten water uit een klaterend beekje, dan ben ik de eerste die haar ticket betaalt.

En ik kan Jasmijn dit allemaal toewensen, want Jasmijn krijgt toch geen kanker.
Nope. Jasmijn niet.
Jasmijn eet elke dag bonen, rijst, noten en kilo’s zout. Jasmijn ondervindt dus geen hinder van straling, chemische stoffen en genetische mutaties.
Sterker nog, Jasmijn WORDT NOOIT ZIEK. Jasmijn hoeft zich NOOIT te beschermen tegen ziektes, want ziektes zijn Ying, en Jasmijn is Yang.
Zo simpel is het.

We kunnen Jasmijn dus letterlijk alles toewensen wat normale stervelingen wel kunnen krijgen. Want Jasmijn heeft de absolute kennis in huis om nooit ziek te worden, nooit te lijden, nooit ongewild slachtoffer te worden en lang en gelukkig te leven.

Ik hoop, nee ik eis, dat Jasmijn ontwaakt uit haar wazige sluimering en haar rede laat spreken. Ik verlang, nee ik eis, dat Jasmijn een seconde lang haar ongetwijfeld ergens op diep onbewust niveau gevangen gehouden en geketende gezonde verstand laat werken en dat zij haar groteske en monsterlijke dwaling inziet.

Zo niet, dan neem ik haar mee, ik sleep haar desnoods aan haar haren mee, naar de familieleden van kinderen die de strijd tegen leukemie verloren. Naar de kankerafdelingen van ziekenhuizen in het hele land. Naar kankerspecialisten die nog altijd meer mensen moeten opgeven dan ze kunnen redden. Naar de familieleden van de in 2005 in totaal 39.346* aan kanker overleden mensen. En naar de tienduizenden mensen die ook dit jaar weer zullen horen dat ze een van de meer dan honderd soorten van kanker hebben.

En dan gaat Jasmijn nogmaals, recht in het gezicht van die ontelbare naamloze slachtoffers en hardop, dus duidelijk voor iedereen verstaanbaar, zeggen dat het die mensen hun eigen schuld is dat zij geleden hebben aan de een van de afschuwelijkste ziekten van deze eeuw en de komende eeuwen.

Jasmijn gaat dan elk bed langs, en kijkt elke patiënt recht in het gezicht en diep in de ogen. Jasmijn gaat dan langs die kindertjes van vier, met hun kale hoofdjes, hun diep in hun kassen gelegen ogen, in hun plastic bacillenvrije tenten, en Jasmijn gaat dan aan die hummeltjes vertellen dat het hun eigen schuld is dat zij kanker hebben.

Daarna gaan we fijn naar een Ronald McDonald-huis, en dan gaan wij aan al die ouders van kankerpatiëntjes vertellen, die ouders die letterlijk een gat in hun leven voelen groeien, die uit wanhoop niets meer willen weten en zelfs de wetenschap van hun eigen dood nog mild vinden, aan al die ouders gaat Jasmijn dan vertellen dat het die kinderen, en natuurlijk die ouders, hun eigen schuld is. Dan fluistert Jasmijn zachtjes in die ouders hun oren dat zij hun kind bonen en rijst hadden moeten voeren en dat ze heel dom geweest zijn omdat zij hun kind hebben ingeënt tegen de meest voorkomende kinderziekten.

Dat gaan wij dan doen Jasmijn. En dan stoppen we niet voordat jij elke patiënt hebt verteld wat voor vreselijks die patiënten over zichzelf hebben afgeroepen door zomaar heel erg niet Ying te zijn toen ze Yang waren. En dan wordt er niet teruggekrabbeld, niet gezeurd en niet gedramd. Dan gaan wij door tot de allerlaatste patiënt, en als er dan weer duizend nieuwe kankerdiagnoses bij zijn gekomen, beginnen we gewoon weer van voren af aan.

En dank maak jij een foldertje Jasmijn, en op dat foldertje komt dan te staan: “U heeft kanker? Haha, eigen schuld!”. Dat foldertje ga jij dan uitdelen Jasmijn, in de wachtkamers van poliklinieken bij academische ziekenhuizen waar mensen zitten te wachten tot ze hun dosis chemo weer tot zich mogen nemen.

En dat is nog niet alles Jasmijn, ohnee, wij zijn nog maar net begonnen. Want wij gaan ook naar begraafplaatsen waar ouders zo’n lief klein roze kistje in de grond laten zakken. En dan ga jij heel hard “HAHA! EIGEN SCHULD!” roepen Jasmijn. Ja, jij gaat die ouders en intens verdrietige nabestaanden dan eens haarfijn uitleggen hoe zij de kankerdood van hun geliefde kind hadden kunnen voorkomen.

Jij gaat jezelf schminken als cliniclown en jij gaat hele groepen patiëntjes op hun verantwoordelijkheid wijzen, en jij gaat die hummeltjes dan vertellen dat het allemaal hun eigen domme fout is, en dat pappa en mamma helemaal niet het beste met ze voor hadden omdat pappa en mamma ze geen bonen en rijst te vreten gaven.

Jij gaat met mij mee naar het kerkhof Jasmijn, en als het moet trap ik je erheen, en dan bellen we de ouders van mijn overleden vriend, en dan nodigen we ze uit en dan ga jij ze godverdomme vertellen Jasmijn, met je uitgestreken leugenachtige gelaat, dat het die jongen zijn eigen schuld was dat hij kanker kreeg Jasmijn. Ik weet zeker dat zijn ouders er om staan te springen omdat soort onweerlegbare waarheden te horen.

Dat gaan we dus doen Jasmijn doen, want het onbeperkt en gratis lullen op kosten van hen die zich niet (meer) kunnen verdedigen komt me met bakken tegelijk mijn strot uit Jasmijn. Weet je dat wel Jasmijn? Ik heb het helemaal gehad met die vieze, slijmerige lulkoek, van vrouwen met oranje geverfd haar behangen met houten kralenkettingen en laffe mannetjes met baard en paardenstaart over eeuwige levens en een leven zonder lijden als je maar voldoende gras eet, of een kwartskristal in je reet stopt, of elke dag zestien keer bid naar Hem Die Niet Bestaat, of koperen buisjes in je tuin plant om daarmee de aardstralen af te buigen, of met de hand(!) geschud water drinkt of aan een dode jood aan een kruis gaat zitten vragen of het misschien allemaal beter mag worden. Dat zit me diep Jasmijn, dat gratis gereutel van types die het allemaal zo goed hebben, dat zit tot ver voorbij mijn liezen en het stroomt onderhand als rijpe dampende, pus door mijn poriën weer uit.

Dus je zegt het maar Jasmijn. Of je maakt netjes je excuses, naar mij, en naar al die mensen die lijden onder kanker of welke walgelijke kutziekte dan ook, of wij gaan samen gezellig op stap in het meer dan vredige paradijs dat kinderkankerwonderlanderland heet.

Bel me even als je terminaal ziek bent: ik wil je dan graag vertellen wiens schuld dat is.

Deze woedeaanval en dit epistel kwamen mede tot stand dankzij het dagelijks lezen van WaarvanAkte.eu. Waarvoor mijn dank, anders was het gezwel dat Jasmijn Rijkhoff-Nelissen heet weer aan mij voorbijgegaan.

* = cijfers CBS 2006

25 Responses to “Over kanker, en mensen die Jasmijn Rijkhoff-Nelissen heten: lang leve de chemo!”

  1. […] achterlijke monsters in onze hedendaagse maatschappij. Als u wilt weten waar het over gaat moet u het hele epistel op Brussenproza maar lezen. Hier kan ik volstaan met een paar quotes als teaser. Ik hoop, nee ik eis, dat Jasmijn […]

  2. Pauloon 14 Aug 2007 at 2:56 pm

    Indrukwekkend epistel. Ik heb de bewuste uitzending met Jasmijn niet gezien, maar ik neem dan maar even aan dat Jasmijn niet, of in ieder geval dan niet van behoorlijk repliek is gediend. Je vraagt je dan ook wel af waarom je dan naar zoiets zou moeten kijken. Om mongolen ook het ‘recht’ op het publiekelijk uiten van hun mening te geven? Laat ze lekker bloggen, dan kunnen die 2,5 bezoekers tenminste nog wat terugzeggen.

  3. Fritson 14 Aug 2007 at 10:06 pm

    Dat de voedingsmiddelen industrie veel troep produceert, en dat wellicht een deel daarvan kanker kan veroorzaken is veel over geschreven. Maar de bewering van die trut dat je er zelf voor kiest om ziek te worden als je niet slechts knollen en bonen eet is op zijn minst een schoffering voor alle gezond levende mensen die toch kanker kregen.
    Uiteraard heb ik het even op Uitzending Gemist bekeken:
    http://www.uitzendinggemist.nl.....080d865ac1

  4. Bert Brussenon 14 Aug 2007 at 11:44 pm

    ” Dat de voedingsmiddelen industrie veel troep produceert, en dat wellicht een deel daarvan kanker kan veroorzaken is veel over geschreven.”

    Inderdaad, en dat is dan ook geen enkel probleem. Ook haar uitlatingen en al dan niet onderbouwde beweringen over het gebruik en misbruik van zuivel zijn niet persé onwetenschappelijk of onlogisch. Bovendien lijkt het mij ook niet dat je ongezond wordt van weinig suikers en vetten en veel groenten en zaden.

    Jammer genoeg gaat het probleem bij macrobioten, en al helemaal bij dit soort types dat er bijna een sektarisch leven op nahoudt en zich aansluit bij het infame Kushi-instituut, (zie voor een tragisch en hartverscheurend relaas over Kushi en de criminele praktijken het stuk dat Roel van Duijn over de kankerdood van zijn vrouw schreef: http://www.skepsis.nl/kushi.html) veel dieper. Het is niet alleen eten, het is dus ook niet inenten (want dat is te Ying), het is ook afkeren van wetenschappelijke waarheden en het bestrijden van hedendaagse opvattingen. Het is dus ook kankerpatienten aanraden “naar hoger gelegen gebieden te verhuizen omdat het daar meer Yang is” en, nog veel erger, ook het indoctrineren van onschuldige kinderen met pertinente onwaarheden en verzinsels.

    Voeg daarbij een paranoide gevoel voor samenzweringen (”ons wordt bewust wijs gemaakt dat dingen zoals melk gezond zijn door een machtige voedingsindustrie”) en je stijgt als labiele zelfwereldverbeteraar als snel tot hoogten van waaruit je denkt claims te mogen maken over complexe zaken als kanker.

    Maar als ik de woorden van dit soort mensen serieus zou moeten nemen, volgt daaruit onherroeoelijk de conclusie dat een kankersclahtoffer als mijn moeder “een bewuste keuze heeft gemaakt voor kanker”.

    Ik weet zeker van niet.
    Het is dus de geschifte macrobioot of ik.
    Waarvan akte in bovenstaand epistel.

  5. TRSon 14 Aug 2007 at 11:51 pm

    Wow.

    Als ik zeg dat ik zelfs een stukje van de woede in mijn eigen lijf voelde opkomen, dan zegt dat genoeg over dit epistel denk ik.

  6. Vinceon 15 Aug 2007 at 10:33 am

    Allemachtig Bert! Een paar jaar geleden heb ik mijn schoonvader zien sterven, slechts nog een schaduw van zichzelf, door kanker verschrompelt. Zelfs híj, kritisch tot op het bot, liet zich uiteindelijk links- of rechtsdraaiende “wonderwatertjes” aansmeren in de hoop nog een dag langer bij zijn vrouw en kinderen te kunnen zijn.
    Natuurlijk door een vage gebedsgenezer die op de meest misselijkmakende manier misbruik maakt van de wanhoop van een stervende.

    Ik voel je woede ook….

  7. DenBolleon 15 Aug 2007 at 11:10 am

    Heftig, net als TRS kreeg ik ook plaatsvervangende woede bij het lezen van je stuk. Gewoon het feit dat zulke zweefthee mormels denken voor alles een oplossing te hebben is tot daar aan toe. Ik pretendeer het ook wel eens beter te weten als anderen. Maar het op zo’n bekrompen wijze veroordelen van mensen en het ‘weten’ dat kanker een keuze is is werkelijk te gek voor woorden.
    Graag zou ik erbij zijn als een klein roze kistje met witte teddybeer in de grond zakt en zij uitlegt aan de ouders dat het de keuze van de kleine held is…
    Zo’n hummel die niet eens weet wat het lichaampje doet en dan de ongelijke strijd aanmoet en maar moet geloven dat de pijn, misselijkheid en alles wat papa en mama doen echt wel goed is.
    Gezien het feit dat dat de EO het uitzond kan ik me zo voorstellen dat Jasmijn tevreden orerend geen noemenswaardige tegenstand heeft gehad.
    Overigens heb ik nu eigenlijk wel een moreel probleem mbt vrijheid van meningsuiting. Dat is een groot goed, zelfs nu het wat afkalft in onze maatschappij, maar heel formeel vind ik dus dat onze Jasmijn dit allemaal best mag zeggen, ook al schopt ze daarmee tegen tere scheentjes aan, ook de mijne.

  8. Bert Brussenon 15 Aug 2007 at 1:33 pm

    Het werd niet door de EO uitgezonden maar door de RVU.

  9. […] on line 164 Visited 1 times| Tagged as: Column, Nieuws Kijk aan, het is bijna alsof God met ons meeleest. (Bbrussen.nl gaat er bij de stiekeme zwarte kousen dragende internetrukkertjes in als “Gods […]

  10. Aukjeon 19 Aug 2007 at 11:01 am

    Ontzettend goed stuk Bert,ik kan me je woede precies voor de geest halen,is niet zo moeilijk,mijn moeder heeft ook kanker..
    Als dat mens dit tegen mij zou zeggen zou ik haar fileren,echt!
    Hypocriet stuk vreten dat ze is,heb je hier nog een reactie op gekregen van dit “mens”?
    Zal wel niet,ze worden niet graag tegengesproken natuurlijk,dat is te negatief.

  11. […] tussen je billen vandaan overigens. Tegen de tijd dat jij een link naar de foto’s van je overleden moeder van A) VOOR en B) NA de kanker invasie in haar lichaam op endandit hebt gezet, ontdoe ik mij van […]

  12. CiNNeRon 18 Nov 2007 at 9:11 pm

    Voelde onder het lezen de woede en herkende mijn eigen woede. Want er lopen bakken vol mensen van het type Jasmijn rond. En nog meer die op het eerste gezicht heel normaal lijken maar stiekem er hele nare gedachtes op na houden. Sterker, menig hulpverlener houdt er wel een deel van Jasmijns gedachtengoed op na. Mijn moeder overleed aan kanker en plots bleek een deel vrienden dat niet te zijn. Zelf leurde ik een tijdje met de intuitieve gedachte (em enkele aanwijsbare probleempjes) dat er iets mis was en toen dat na vijf jaar baarmoederhalskanker bleek te zijn, was er geen arts die zich schaamde mij eerder weggestuurd te hebben omdat ik alleen last zou hebben van írreele gedachten’. In tegendeel, ik moest blij zijn(?) want ik was nog (op het randje)op tijd en het vooral snel los laten om vertrouwensbanden weer te herstellen. Wat zeg ik herstellen, was er ooit afbreuk gedaan dan? Ik moest maar eens gaan lezen over de invloed van de psyche enzo .. (en voor de goede orde, ik ben blij tot nog toe maar niet met het wantrouwen wat ik er bij heb op gelopen, de angst die ik er van heb opgedaan en de onnodige consequenties die er bij gekomen zijn)

    Maar goed, ik ben niet goed in mijn hoofd. En dan heb je zelfs geen Jasmijn types meer nodig, dan vertellen halve volkstammen hetzelfde: eigenlijk is het een keuze, doe ik iets niet goed en wil ik vanzelfsprekend geen prettiger leven.

  13. Fredon 21 Nov 2007 at 9:37 pm

    Wat is dit voor een ouderwets Yvonne Keuls / Floortje Bloem proza, met een dosis zinloze gristenhaat.
    Ben je de jaren zeventig nog even aan het overdoen?

  14. Bert Brussenon 21 Nov 2007 at 10:51 pm

    Gristenhaat is nooit zinloos mijn zoon.
    Wie de neuk is Floortje Bloem?

  15. CiNNeRon 29 Nov 2007 at 4:53 pm

    Floortje Bloem, het bekends beschreven junkmeisje in NL (want de bekendste is Christine A natuurlijk, maar die woonde in Duitsland). Wat zij met dit verhaal te maken heeft is mij ook een raadsel.

  16. […] volgens de stichting Skepsis voor lange tijd achter de tralies verdwijnen. En van mij ook, want de Jomanda’s van deze samenleving zijn wel degelijk verantwoordelijk voor de vaak gruwelijke dood van wanhopige kankerpatiënten en […]

  17. Bert Brussenon 29 Nov 2007 at 5:22 pm

    Bedoel je niet Christiane F.?

    Goede film is daarvan trouwens. Prachtig deprimerend jaren zeventig/tachtig leed.

  18. CiNNeRon 30 Nov 2007 at 2:07 am

    Och mijn hemel, ja het is Christiane F inderdaad. Het boek ligt totaal stukgelezen in de kast maar mijn geheugen rammelt aan alle kanten. Vond de film ook goed maar het boek maakte op mij meer indruk.

  19. CiNNeRon 16 May 2008 at 2:35 am

    Goed, het had wat tijd nodig maar allee. Floortje Bloem is ook een boek over geschreven in de trend van Christiane F. “Het verrotte leven van Floortje Bloem” van Yvonne Keuls dus. Wat ik persoonlijk best een goed boek vond, Christiane F. was iets indringender nog.

  20. eddieon 15 Sep 2008 at 10:21 am

    Jasmijn Rijkhoff-Nelissen..,ze heeft het niet van een vreemde,zij is de dochter van de veroordeelde macrobioot Adelbert Nelissen http://www.kwakzalverij.nl/528.....eroordeeld

    zielige mensen..

  21. […] dan dat kan ook een rechter niet bewerkstelligen. Het is in Nederland helaas mogelijk om ongestraft mensen valse hoop te geven, te doen alsof er geheimzinnige genezende krachten bestaan en honderden jaren van wetenschap met […]

  22. […] Bert verloor zelf zijn moeder aan kanker op 12 jarige leeftijd. Lees hierover ook vooral dit eens. Aanrader! (wel veel […]

  23. […] drinken, kún je het niet genoeg benadrukken: homeopathie werkt niet, er is geen enkel bewijs voor het bestaan van geneeskrachtig water, “water met geheugen” bestaat al helemaal niet, alle homeopaten zijn oplichters. […]

  24. tegen onzin beledigingenon 25 Nov 2009 at 11:35 am

    Als ik ooit een onzinstuk gelezen heb is het wel het - niet alleen ongenuanceerde, maar daadwerkelijk achterlijke- onzinstuk van bert. Wat kan jij goed dingen uit je duim zuigen, nadat je hem in je eigen gal gedoopt hebt zeg.

    Woorden als … natuurlijk … heerlljke vooroordelen van je…krankzinnige en psychotische ying-yangwereldje …

    Hoe kun je iemand kanker toewensen terwijl jij NIETS van diegene weet. bovendien kun je niet luisteren. Waarom denk je dat de presentatrices er niet verder op in zijn gegaan? Omdat zij niet heeft gezegd KANKER IS EEN KEUZE!

    Dat jij boos bent omdat je niets aan de dood van je moeder hebt kunnen doen, hoef je niet af te reageren op anderen. En je weet dat mensen dom genoeg zijn om je te geloven. Vies en smerig, En eigenlijk een stapje erger dan Geert Wilders. Begin een polieke partij. Dom volk smult van jouw teksten! En antwoorden zonder iets van de uitzending gezien te hebben!

    Voor hen: wat ze zegt: Het is een keuze. (om gezonder te eten, waardoor je waarschijnlijk kans op kanker vermindert, red.) OEI wat een gewaagde uitspraak zeg!

    Wens even lekker andere mensen kanker toe, of beter nog: helemaal niemand!

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply