Jul 07 2007
Ondertussen, met Bert Brussen in de provincie
Fascinerend, zo’n nachtje zuipen en toekijken bij het bacchanaal van brallende piepjonge journalisten en schrijvers, die toevallig voor hetzelfde blaadje schrijven waar ik ooit begonnen ben, als iets minder piepjong maar even onervaren scribent. Dat dergelijke toppiejoppie- gezellige bijeenkomsten altijd plaatshebben in het diepste puntje van de provinciaalste provincie (bus: één keer per uur. Route: veertig minuten. En God zag dat het plat was) neem ik dan maar op de koop toe. Het is weer eens wat anders, barhangen en miezerig zijn tussen mensen die allemaal goed kunnen schrijven en niet helemaal sporen omdat ze nou eenmaal schrijver willen worden.
Wat dan opvalt, buiten het feit dat ik niet meer in staat blijk hard te brullen, met bier en/of water te gooien en tot zes uur ‘s ochtends grappen over poep- en plas te maken, is hoe vervreemdend het constante persoonlijke webloggen eigenlijk werkt. Mensen die ik nog nooit gezien en ontmoet had, wiens naam ik niet kende en waar ik zelfs het bestaan niet van vermoedde, blijken ineens beangstigend veel van me te weten. “Ja jij bent Bert Brussen en ze hebben je column in de Sp!ts stopgezet he?”
Ja, is zo, is zo, maar wie ben jij en waarom weet je dat in Godsnaam. Waarom zou je dat überhaupt willen weten. Dat ik het per internetkoerier laat weten, ach, ik ken mijn publiek, en mijn publiek kent mij. Maar dat jij het nu weet, en weet wie ik ben, ervaar ik als vervreemdend en bizar. Ik ben duidelijk te lang niet buiten geweest, dus vertel op mooi meisje dat er uitziet als lief scholiertje van net negentien maar in werkelijkheid kersvers hoofdredacteur met zowaar een eigen mening blijkt te zijn.
“Ja, nee, Bert Brussen, veel besproken hier he, weet je wel, Bert Brussen, en dan kijk ik wel eens op je weblog, want ja, dat is eigenlijk best grappig, en dan ben ik toch nieuwsgierig, en dan lees ik dat. Van die column in Sp!ts dan. Ik las de Sp!ts nooit maar toen ik wist dat jij het was toch maar weer wel. Maar ik heb er een mening over en ik vind er wat van, die column.”
Parbleu?
Meisje! Brand los! Ga gerust je gang en gooi op tafel die mening. Ik ken jou niet, en jij mij wel, zo blijkt, en enige ervaring en mensenkennis leert me dat “veelbesproken personen” ietsiepietsie ongenuanceerd en enigszins negatief worden neergezet, ik ben er zelf groot geworden, begrijp me niet verkeerd, maar echt wakker lig ik er niet van. Temeer daar ik reeds mijlenver van alles wat met studenten, universiteit en overig leed te maken heeft verwijderd ben. Godzijdank.
Dan blijkt dat het hebben van een Eigen Mening, die volhouden en die ook nog eens uitdragen zonder dat je uit het lood geslagen raakt toch wel moeilijk is. Wist ik al wel, maar ditmaal was niet ik de meningbrenger en verkondiger van het Boze Woord (voor de verandering), maar het mooie meisje met de Eigen Mening. “Want ja, die columns, dat is veel van hetzelfde en van het kwetserdekwets en dan stel ik me toch voor dat mensen daar door geraakt worden…”
Ik niet. Of: ik juist wel, maar dat is nou precies de bedoeling.
“…en als je jezelf dan keer op keer herhaalt, denk ik van, weet je, dat moet je gewoon niet doen, er zijn ook grenzen. Denk ik…”
Ik niet. Of: ik juist wel maar dat is nou precies de bedoeling.
“..maar dat is natuurlijk mijn mening he? Zo denk ik er over. Ik weet het ook niet, ofzo, maar dat is mijn mening. Als je het mij zou vragen, dan vind ik dat. Zo is mijn mening, maar dat is persoonlijk. Ik denk daar zo over.”
(Ja, wat heb je nou net gezegd over jezelf herhalen?)
Je mening is dubbel platina. Dat probeer ik nou telkens weer te schrijven. Zeg wat je vindt mens of houd je bek en ga koken. En verontschuldig je niet, in Godsnaam. Verberg het niet achter die aangeboren plaat van fatsoen voor je harses en begraaf het niet onder een dikke laag verstandsverbijstering. Vrees toch vooral niet. Leg de vinger op de zere plek en druk door. Druk hard door.
Zouden ze dat opgespaard hebben, denk ik dan. Al die “veelbesproken” keren dat mijn naam voorbij kwam (heel of half), hebben ze iets gedacht en nu, toevallig omdat ik hun aanspreek (laten we duidelijk zijn: andersom is het nooit. De term “zwakke geslacht” is niet alleen van toepassing op achteruit inparkeren of kaart lezen. Vooral met betrekking tot onzekerheid en lafheid komt het zwakke gedeelte bij vrouwen goed tot zijn recht) en het zo vraag, gooien ze dat er uit. Halfbakken, soms lafjes, maar waar. Heel erg waar.
Gouden woorden zeg ik je. Lijst het in en geef het door. Verkondig het eigen woord.
Het is tragisch om te zien hoe zelfcensuur het wint van vrijheid. De tirannie van de eigen geest is een trouwe bondgenoot in de strijd tegen de existentiële angst ongekend en onbemind te zijn. Wie niets zegt en niets schrijft is altijd rein en leeft gelukkig in het eigen universum. Zonder mening geen vijanden, zonder vijanden geen onzekerheid, zonder onzekerheid geen twijfel. Zalig zijn de armen van geest kortom. Maar ik zal de laatste zijn die zich er niet schuldig aan maakt.
De eerste steen heb ik nog nooit geworpen.
Toch nog even nagevraagd, hoe dat nou zit, dat “veelbesproken zijn”. Ik wil als prutser in de marge wel weten in welke marge ik nou precies pruts. Marketingtechnisch is dat heel voordelig, en kennis van de doelgroep leidt tot verbreding van doelgroep. Ik weet niet of dat waar is maar het klinkt wel lekker heao. Paarse broeken aller lande worden bij dezen aangespoord zich te melden om gekwetst en heftig te reageren op zoveel onbenul. Liefst met zure stukken en verstoken van enige humor. Je hebt een paarse broek of je hebt geen paarse broek, lieve heao-vrinden.
Het meisje dat alle antwoorden op mijn vragen wist zag er beslist uit als een hockeytype dat bij een dispuut zat. Maar ook na tien liter witte Aldi-wijn bleef zij volhouden absoluut geen dispuutslid te zijn. Wel zat ze op hockey, “uiteraerd”, want hockey was een “geweldige spurt”.
Ach so. Wil nog wat witte wijn? Ik ben erg blij te zien dat je dat bocht er bij jou in kunt gieten als in een hol vat. Niks persoonlijks.
Dan de antwoorden: ik was zelfingenomen, vond mezelf geweldig en had de wijsheid van de hele wereld in pacht. Dat was niet exact wat er “veelbesproken” was, maar meer haar eigen conclusie na langdurig en grondig onderzoek van mijn weblog, gedurende drie hele minuten.
Oh.
Bovendien: ik was onaantrekkelijk. “Niet eens zo zeer vanwege je uiterlijk, maar vanwege het feit dat je negatief en cynisch bent. Dat is onaantrekkelijk, want alleen jongens die leuk, aardig en immer positief zijn, zijn aantrekkelijk. Uiteraard moeten ze overal zin in hebben, alles leuk vinden en altijd lachen.”
Oh.
Ok, ik leek dan in iedere geval heel erg zelfingenomen, zo met dat schrappen van die columns enzo. Wie vergelijkt zichzelf nou met Jezus EN Theo van Gogh? En dan altijd die rare, kwetsende en tendentieuze dingen ertussendoor in je artikelen. Belachelijk. Bovendien heel niet positief, en dat is onaantrekkelijk. Dus.
Oh.
Ik gaf haar nog twee flessen witte wijn, of gaf: ik ontkurkte ze, legde haar net iets te dikke hoofd op de kleffe bar en stouwde, via haar duidelijk disputaire hockeymond, in een keer dat zurige Aldi-bocht in die bodemloze put. Toch plek zat, zo zonder bodem.
Hap, slik, weg.
“Meer! Meer!”, schreeuwde ze.
Even niet meid. Zeg, wat anders: heb je wel eens van het begrip “ironie” gehoord?
“Huh? Eh…Meer! Meer!” Ze maakte met haar mond dezelfde vreemde hapbewegingen als een vis op het droge.
Dat dacht ik al. Dan ga ik het verder niet uitleggen, dat hele webloggebeuren. Wordt heel moeilijk, zo zonder greintje humor en een volstrekt ironieloos bestaan. Het onvermogen iets te snappen dat meer diepgang heeft dan een inleiding bedrijfscommunicatie is zo mogelijk nog groter dan je vermogen zonder enige schaamte beangstigende hoeveelheden witte bagger weg te klokken. Daar waag ik mij als margeprutser niet aan, begrijp je. En kap eens met dat zo dicht tegen me aan praten dat ik je speeksel over mijn gezicht voel sproeien. Ik begrijp je tekort aan lichamelijke aandacht en je onwinbare wedstrijd met het eenzame leven, maar ik heb graag wat ruimte om me heen. Dankje wel, amen, u zij de glorie. (LOEDER!)
Critici gaan nu zeggen dat ik mezelf herhaal, pathetisch en egocentrisch schrijf over triviaal gelul wat van geen kant klopt, dat ik mezelf herhaal en dat ik uitwijd over zaken die er verder toch niet toe doen omdat geen hond gelooft dat ik, in tegenstelling tot bovenstaande narcistische implicaties, gewoon oerlelijk en een sjofele lul ben met het inlevingsvermogen van de gemiddelde Hans Hoogervorst (of om het even welke VVD’er. Dat is trouwens humor: een VVD’er met inlevingsvermogen! Ik kan iedereen aanraden daar eens naar op zoek te gaan. Het maakt gegarandeerd je dag).
Graag wil ik mijn critici dan toch even verblijden met enige nuancering. Dat het hedonistisch aftreksel dat zichzelf “jonge vrouw” noemt meent mij te moeten verkondigen dat ik onaantrekkelijk ben valt alleen maar te prijzen. Doorgaans is dat ook zo maar weigeren ze categorisch zich daar aan over te geven, onder andere door eerdergenoemde plaat van fatsoen voor de harses en lafbekkerige angsthazerij. Dat zou nog eens wat zijn, een vrouw die de waarheid zegt. Dat is nog nooit vertoond.
Enfin, doen ze dit wel, dan valt dat alleen maar te prijzen, ook al gebeurt het pas na tweehonderdachtentwintig liter ontremmend Aldi-gif, en bieden ze de volgende dag in nuchtere staat met de voor het zwakke geslacht kenmerkende hangende pootjes toch weer hun excuses aan. Een illusie moet je ten slotte levend houden.
Echter, als die genetisch bepaalde onaantrekkelijkheid dan ingeschaald wordt aan de hand van het al dan niet aanwezig zijn van enig kunststof, doorzichtig, ragfijn en dunmazig geheel van pseudo-positieviteit, toppiejoppie-spontaniteit en hemeltergende oppervlakkigheid, zak dan maar diep in de welriekende stront. Vermaak u gerust met al die leuke positieve blije mensen die gezellig samen doen alsof het altijd leuk is en zo spontaan en blij zijn dat je er als vrouw per direct nat van wordt. Fijn, zeg ik, grutjes nog an toe meid, ga lekker koken, fingerfood voor de dinnetjes, lekker klessebessen en alles positief benaderen.
Positief houden! Leuk, blij, spontaan, gezellig. Meedoen Godverdomme klootzak! Niet denken, meedoen. Er is niks aan de hand, doorlopen mensen, het is allemaal, leuk, er is geen angst, geen verdriet, geen onzekerheid, het is allemaal aardig. Daarom zuipen ze ook zo veel en ruik je het laffe angstzweet al op een kilometer afstand.
Ach, die tijd, tussen mijn derde en zesde levensjaar, toen ik net als de positieve, blije, zelfbevlekkende leukdoenerij-fetisjisten nog geloofde dat alles goed en mooi tot in de eeuwigheid was.
Weet u wat? Ik stel een nieuwe twijfel voor: zijn positieve hedendaagse hedonisten net zo erg of erger dan christenen? Vergis u niet, het is lastiger dan het lijkt. Deze pretkanonnen, deze dubbelgelaagde gelukkigen met verstand van goede wijn hangen exact hetzelfde geloof aan: ze doen alsof de werkelijkheid niet bestaat, geloven in een simpele doch doeltreffende oplossing (overigens geheel de verantwoording van een niet bestaande entiteit, dat wel) en kennen slechts één soort van naaste. Namelijk diegene die hetzelfde geloof aanhangt. De rest is vullis, net als Mulisch, en alleen de blije feestgangers kunnen leve, net als Reve.
Besluiten wij dit evangelie met een blij stukje uit de provincie:
Hoofdredacteur P.V. (moeder van zestien kinderen, verlangend naar een andere carrière maar vanwege de zestien kinderen te schijterig om op te stappen), topvrouw van een gratis censuurblad annex propagandabode der katholieke apparatsjiks, houdt niet van Bert Brussen. Het uitnodigen van Bert Brussen op een bijeenkomst voor beginnende journalisten en studerende blaadjes-in-kleine-oplage-drukkers is not done. Veel te tendentieus die gozer, en bovendien totaal onaangepast aan de fijne, linkse, blijde en vredige provincie. Bah, ex-Telegraafmedewerkers moeten dood. Waren ook fout in de oorlog. De kanker voor ex-Telegraaf- en Talpa-medewerkers! (Publiek: “Ja! De kanker voor ex-Telegraaf – en Talpa-medewerkers!”)
Overigens is het onaardig al de credits op het conto van Mevrouw Vastroest te schuiven. Een en ander is namelijk de brave en hypercorrecte verdienste van een studente Nederlands genaamd A.D.
Die kent u vast wel: zo’n stil meisje, dat slechts durft te fluisteren en uitsluitend nare bekrompen opmerkingen maakt op het moment dat je je kont gekeerd hebt. Draai je plotseling weer om en ze hangen kwijlend van braafheid en blozend van vrees aan je enkels.
A.D. organiseert ook wel eens een zeer schattig dichtersfestivalletje in de grote provinciestad, dat, in tegenstelling tot wat de propaganda u belooft, niet zozeer een literair festival is vanwege de liefde voor het geschreven woord maar des te meer voor de eigengeilerij. Dat verklaart ook waarom er per optredend dichter ongeveer dertig medewerkers bestaan, allen suffe muts van het kaliber A.D., en allen gekleed in t-shirt met de opdruk: “Wij zijn organisator. Aanbid ons. Dit is ons enige moment van onvergankelijkheid in ons verder brave en benauwend kleine leven.”
Overigens zijn ze ook ruim na een dergelijk dichtersfestivalletje nog te vinden, en wel in hun doorgaans zeer neo-Sartriaanse stamkroeg. U herkent ze aan hun viezige uitstraling: Marlboro Light, goedkope witte wijn, net iets te dikke kont en dan net niet studentikoos genoeg lallen.
Ze zijn ook te huur, dat soort meisjes van het type A.D., onder andere om “anoniem gaskranen open te draaien”, mocht dat ooit weer door iemand van bovenaf opgelegd worden. (Toegegeven, beetje Godwin, maar het citaat is dan ook niet van mij afkomstig maar van Phileine in Ronald Giphart’s Phileine zegt Sorry. Een van de weinige echt lang doordreunende en confronterende citaten uit Gipharts verder zeer leesbare en vermakelijke oeuvre.)
Ach schat, m’n liefste. Ik voel dat jij de zere plek bent. Dan ben ik de vinger en druk ik hard.
En door.
[…] Wat dan opvalt, buiten het feit dat ik niet meer in staat blijk hard te brullen, met bier en/of water te gooien en tot zes uur ‘s ochtends grappen over poep- en plas te maken, is hoe vervreemdend het constante persoonlijke webloggen eigenlijk werkt. Mensen die ik nog nooit gezien en ontmoet had, wiens naam ik niet kende en waar ik zelfs het bestaan niet van vermoedde, blijken ineens beangstigend veel van me te weten. “Ja jij bent Bert Brussen en ze hebben je column in de Sp!ts stopgezet he?” Lees verder op Brussenproza.nl […]
Prutser in de marge.
LOL…
‘Wel zat ze op hockey, “uiteraerd”, want hockey was een “geweldige spurt”.’
Ik heb met eigen ogen gezien dat Bertje Brussen ook aardig met de hockeystick overweg kan… :P
Was dat geen poging tot honkbal?
Ik vind Bert Brussen weldegelijk aantrekkelijk!
“Ach so. Wil nog wat witte wijn? Ik ben erg blij te zien dat je dat bocht er bij jou in kunt gieten als in een hol vat. Niks persoonlijks.”
“Oh”
[…]
“Oh”
Maar ben je d’r nou nog overheen gegaan dan?
En niemand die zich afvraagt of je wel over zo’n hol vat heen wilt.
-“Niet eens zo zeer vanwege je uiterlijk, maar vanwege het feit dat je negatief en cynisch bent. Dat is onaantrekkelijk-”-
Aha, dat is het dus.